Algemeen

Definitie

In navolging van het grote succes van de Vrije Markt Euronext Paris heeft Euronext Brussels eind 2004 ook een Vrije Markt opgestart. De Vrije Markt richt zich tot KMO’s. Inderdaad de bedragen die opgehaald worden bij een beursintroductie op de Vrije Markt (meestal tussen EUR 500.000 en EUR 5.000.000) liggen op het niveau van de meeste KMO’s. Ook de voorwaarden zijn aangepast aan de omvang van de KMO’s:

Hoewel de Vrije Markt geen ‘gereglementeerde’ markt is in de zin van de Europese richtlijnen of de Belgische financiële wetgeving, wil dat nog niet zeggen dat alles kan. De ondernemingen genoteerd op de Vrije Markt Euronext Brussels staan wel onder toezicht van de CBFA. Inderdaad, de onderneming die om notering op de Vrije Markt verzoekt, doet een openbaar beroep op het spaarwezen in de zin van de Belgische financiële wetgeving. Zij zijn dan ook verplicht een prospectus te publiceren dat moet worden goedgekeurd door de CBFA. Bovendien moet elke onderneming die een openbaar beroep doet op het spaarwezen worden ingeschreven bij de CBFA. In die hoedanigheid staat ze dan ook onder toezicht van deze instelling. De leden van de raad van bestuur, directie en kader zijn ook onderworpen aan de wetten tot beteugeling van handel met voorkennis en koersmanipulatie. Deze verplichting vormt immers een tegenwicht voor het ontbreken van de verplichting periodieke of occasionele informatie bekend te maken.

Voordelen beursnotering

Vrije markt

Hoe verloopt een introductie op de vrije markt

De plaatsing van de aandelen (1)

Is de leadmanager lid van Euronext Brussels, dan kan hij zelf de aandelen plaatsen bij de beleggers. Bij grote emissies kan hij een plaatsingssyndicaat samenstellen.

Is de leadmanager geen lid van Euronext Brussels, dan doet hij een beroep op een lid van Euronext Brussels om de effecten te plaatsen. Het gaat om de ‘seller’. Bijna altijd zijn sponsor en seller dezelfde beursvennootschap.

Sellers kunnen drie soorten garanties geven:

  1. Een ‘best efforts’-garantie: de seller verbindt er zich toe alles in het werk te stellen opdat al de effecten bij beleggers zouden worden geplaatst. Het gaat dus enkel om een inspanningsverbintenis. Het risico van een mislukking ligt dan ook uitsluitend bij de onderneming die notering vraagt op de Vrije Markt. Aangezien er geen minimumvereisten zijn voor beurskapitalisatie en free float, is dit risico verwaarloosbaar en kan de notering toch plaatsvinden bij slechts gedeeltelijke plaatsing. Indien de onderneming niet alleen notering nastreefde, maar ook vers geld wou ophalen, kan het mislukken van de plaatsing wel problemen opleveren.

  2. De garantie tot ‘vaste opname’. De seller gaat in eigen naam en voor eigen rekening de verplichting aan de te plaatsen aandelen vast op te nemen en ze binnen de vooraf vastgestelde termijn door te verkopen aan het publiek. De onderneming heeft de zekerheid dat alle aandelen geplaatst zijn en het geld op te halen. Ze moet echter betalen voor deze zekerheid, zodat de meeste kandidaten in deze formule niet geïnteresseerd zijn. Maar ook de tussenpersonen zijn geen vragende partij wegens de hoge risico’s.

  3. De garantie tot ‘goede afloop’: de seller verbindt er zich toe de aandelen op te nemen die niet geplaatst werden. De kandidaat is zeker van zijn geld. Voor de seller zijn de risico’s iets kleiner dan bij een vaste opname.

De plaatsing van de aandelen (2)

1. Verdeelsleutel

Het kan gebeuren dat de vraag naar de aandelen zo groot is dat het onmogelijk is aan alle inschrijvingen te voldoen. In de plaatsingsovereenkomst kunnen daarvoor regels opgesteld zijn:

2. Terminologie

Diensten van Weghsteen & Driege voor de ondernemingen